Vinea
Vinea beweegt niet in de ruimte, maar in de waarneming. Als een stille zeshoekige vorm die helder en afgebakend aan de muur verschijnt. In eerste instantie lijkt alles vast en onveranderlijk, een geometrie die zichzelf volledig toont.
Maar binnen deze begrenzing ontvouwt zich een herhalend systeem. Vanuit het centrum groeit een veld van tetraëders dat zich laag voor laag uitbreidt tot aan de rand. De zeshoek herhaalt zich in elke richting, steeds opnieuw opgebouwd uit dezelfde structuur.
Wat op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, blijkt gelaagd. Naarmate het oog langer blijft, verschijnen er nieuwe structuren: driehoeken die zich tussen de zeshoeken vormen, lijnen die elkaar kruisen, richtingen die verschuiven.
Wanneer het licht aangaat, wordt dit patroon voelbaar. De uitstekende vlakken vangen en breken het licht, waardoor het oppervlak diepte krijgt en begint te leven, niet door beweging, maar door nuance.
Een lichtobject dat niet direct alles prijsgeeft, maar zich langzaam laat lezen, als een geometrisch landschap in verstilling.